Column Jan Versteegh: Denkwerkers


Deel dit artikel

Als voorzitter van VNO-NCW Rijnland kom je natuurlijk nog wel eens ergens. Lezingen, presentaties, bedrijfsbezoeken, noem maar op. Het geeft via allerlei invalshoeken mooie plaatjes van het economische landschap. Wat we doen, wat we maken. Mij valt dan vaak op dat maakindustrie en techniek het meest tot de verbeelding spreekt. Ik ben van beroep dienstverlener en ben wel eens een beetje jaloers op ondernemers die hun gasten kunnen rondleiden door indrukwekkende machineparken, kwekerijen, distributiecentra, laboratoria en dergelijke. Wie tastbare producten of processen kan laten zien, kan zich verheugen in warme belangstelling. En terecht natuurlijk. Er worden hier in het land en hier in de regio prachtige dingen neergezet. Denk aan de grote arealen tuinbouw- en landbouwgrond. Denk aan het indrukwekkende veilingcomplex in Rijnsburg waar al die bloemen en planten hun weg vinden, de wereld in. Google eens op “DutchSpace” en vind uit dat aan de Plesmanlaan in Leiden onderdelen worden gemaakt voor satellieten en raketten, die hun weg vinden, het heelal in. Ik kan nog veel meer voorbeelden bedenken, maar ik stel voor dat u, als u dat nog niet bent, gewoon lid wordt van VNO-NCW  Rijnland en meedoet aan onze activiteiten.

Maar wat is er interessant aan de denkwerker? De adviseur, de accountant, de interimmer, de onderzoeker, de advocaat? Achter hun laptop, aan de telefoon, in een kantoor, aan de universiteit, onderweg of thuis – wat kan hij of zij laten zien aan de wereld? Een dossierkast? Zelfs dat is een uitstervend fenomeen met onze digitale werkomgevingen. De individuele cliënt, mits goed bediend, ervaart wat een goede adviseur voor betekenis kan hebben, maar breed uitdragen kun je zoiets niet. De waarde van de denkwerker is weinig zichtbaar. Maar gelukkig: in het Financiële Dagblad stond onlangs op de voorpagina een klein artikel, waarin stond dat van de Nederlandse export maar liefst 33% bestaat uit dienstverlening, vooral als je het uitdrukt in toegevoegde waarde.

En laat dat nou precies zijn waar ik die dag op weg naar kantoor aan dacht. In de dienstverlening, zeker in het denkwerk, is de toegevoegde waarde in letterlijke zin groot. Er is nauwelijks inkoop van grondstoffen. De waarde wordt letterlijk vanaf nul opgebouwd. Dat betekent dat er weinig import tegenover staat. Zo draagt de dienstverlening en dus ook het denkwerk relatief veel bij aan de exportbalans. Ook voor het Rijk is die hoge toegevoegde waarde interessant, want daarover wordt BTW geheven. Echte denkwerkers kopen nauwelijks goederen in waarover BTW kan worden afgetrokken. Kosten van denkwerkorganisaties zijn voor het overgrote deel personeelskosten. Die gaan voor meer dan de helft naar de staat als loonheffing. Het land mag dus blij zijn met denkwerkers: grote marges op de exportwaarde en veel belastinginkomsten. Het denkwerk is een verborgen schat in onze economie!

Maar laat ik direct een nuance maken: denkwerkers moeten ook iets hebben om óver te denken. Dat zijn de problemen, uitdagingen en ontwikkelingen van hun cliënten. Samen vorm de denkers en de doeners die mooie, complexe Nederlandse economie, zo nauw verweven met alle uithoeken van de wereld.

Jan Versteegh, voorzitter VNO/NCW Rijnland

Geef een reactie