‘Economische’ wethouders Knape en Mostert steken veel tijd in bedrijfsleven


Deel dit artikel

Wethouders Jacco Knape en Gerard Mostert besteden zoveel mogelijk tijd aan contacten met ondernemers: “Je krijgt het beste verhaal over hun vooruitzichten en wensen wanneer je bij ze op bezoek gaat.” Met die kennis leggen zij verbindingen: tussen ondernemers onderling, tussen ondernemers en onderwijs en voor ondernemers bij andere overheden.

TEKST HANS VAN DALEN

Gerard Mostert en Jacco Knape zijn de wethouders van Katwijk met de ‘economische portefeuilles’. Mostert ‘doet’ Stedelijke Ontwikkeling en Wonen, waaronder ook projectlocatie  Valkenburg, Unmanned Valley en Greenport vallen. Knape ‘heeft’ Onderwijs, Cultuur/Erfgoed, Duurzaamheid, Economie, waaronder Detailhandel, Bedrijventerreinen, Visserij en Markt vallen. In een dubbelinterview vroegen wij hen naar hun visie op de economische ontwikkelingen in Katwijk, Valkenburg en Rijnsburg.

Wilt u helpen een beeld te schetsen van de economische ontwikkeling in de gemeente Katwijk? Wat ziet het gemeentebestuur graag gebeuren, wat kún je daar als gemeente aan bijdragen doen en wat heb je daar – in samenwerking met het bedrijfsleven – voor nodig?

Mostert: “Wij willen ondernemers met drie zaken helpen: helderheid over gemeentelijk beleid, goede randvoorwaarden om te ondernemen en investeringen in nieuwe economie.Wij vinden helderheid geven aan ondernemers over wat ze wel en wat ze niet kunnen belangrijk. Dat willen zij graag van ons horen: wat kan ik de komende jaren wel en niet doen. Die helderheid proberen wij ze zo goed en zo snel als mogelijk te geven. Daar zijn wij ook op aanspreekbaar. Ondernemers mogen direct contact met mij opnemen als ze vinden dat dit te langzaam zou gaan.

Onze tweede hoofdzaak zijn de randvoorwaarden voor een vitale economie. Eén daarvan is de bereikbaarheid van het bedrijfsleven. Dat is voor ons college een speerpunt. Ervoor zorgen dus dat de vrachtwagens met bloemen, met vis, met alles dat in onze gemeente gemaakt en verhandeld makkelijk aan- en afgevoerd kunnen worden. Dat zorgt ervoor dat bedrijven hier blijven.

Het derde punt is investeren in nieuwe economie. Zoals bijvoorbeeld in Unmanned Valley ervoor zorgen dat zo’n nieuwe bedrijfstak kan landen. Met ruimte, met een passende infrastructuur en met verbindingen leggen met bestaande bedrijven die elkaar kunnen versterken. Bedrijven op Unmanned Valley koppelen wij aan Space in Noordwijk, Biosciencepark in Leiden en de TU Delft.”

Dat zijn drie duidelijke uitgangspunten. Over de helderheid die u wilt verschaffen: is iedereen voldoende op de hoogte? Of staan ondernemers hier continu op de stoep?

Mostert: “Ondernemers staan hier niet continue op de stoep.  Ondernemers willen weten wat ze wel of niet kunnen, en dan kunnen ze zelf een keuze maken. En ze zijn natuurlijk zelf slim genoeg om hun onderneming op een goede manier in te richten.

Maar is het werk aan het verschaffen van die helderheid een beetje bij te benen?

Knape: “Ondernemers schakelen snel, die zoeken die duidelijkheid dus snel. Wij besteden er aandacht aan om met dat tempo mee te gaan. Korte duidelijke antwoorden geven. Niet alleen voor antwoorden van specifieke vragen, maar ook over algemene zaken. Zo hebben wij de afgelopen tijd meegewerkt aan een inventarisatie van de vraag naar bedrijfsruimte in de hele regio. Op basis daarvan hebben wij een gezamenlijke strategie met de andere 071-gemeenten voor de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen en het veranderen van bestaande terreinen opgesteld. Met het vaststellen daarvan bieden wij bedrijven duidelijkheid over de mogelijkheden.”

Hoeveel ruimte is er nog in de regio?

Mostert: “Dat is de grootste puzzel voor de hele Randstad. Wij hebben vijf ruimtevreters: economie, wonen, natuur, mobiliteit én duurzame energie-opwekking. Als je die allemaal alle ruimte wilt geven, dan weet je dat het niet gaat passen. De opgave voor het bestuur is om keuzes te maken.”

Willen ondernemers graag hier blijven?

Mostert: “Ja. Wij gaan vaak op werkbezoek bij bedrijven. Dan hoor je dat ondernemers vanwege het arbeidsethos van ‘de Katwijker’ graag hier gevestigd blijven. Dat is wel de kracht van onze gemeente.”

Knape: “Plaatselijke werkgelegenheid vinden wij belangrijk. Mensen hoeven dan voor hun banen niet ver te reizen, dat is voor de mobiliteit ook weer prettig. Wij zijn ook op zoek, naast het versterken van wat je hebt, naar nieuwe werkgelegenheid. Maar je weet soms nog niet wat voor banen je in de toekomst zult hebben, dus waar je voor moet opleiden.”

Dat is een mooi haakje naar jullie tweede punt: de randvoorwaarden. Wat kun je als gemeente daar aan doen?

Mostert: “Het aantal woningen zal hard groeien. Op Valkenburg  5.000 woningen en bínnen de dorpen ook nog eens zo’n 2.500. Dat betekent veel mogelijkheden voor uitbreiding van ondernemers die nu zoeken naar nieuw personeel. Maar dat is nog niet eens de grootste zorg. Veel ondernemers vragen zich nu vooral af hoe de jongeren die nu op school zitten worden opgeleid voor de banen van overmorgen? Daar zit een grote opgave, waar Jacco hard bezig is om de verbinding tussen onderwijs en onderneming te versterken.

Knape: “Werken met de handen is sterk in onze gemeente. Die vaardigheid hebben wij straks ook hard nodig voor de hele energietransitie. En die handjes zijn er niet zomaar. Daar moet je in investeren. Daarvoor zijn wij – ook weer in samenwerking met de andere 071-gemeenten – bezig met een Human Capital agenda. Hoe kunnen wij de arbeidsmarkt flexibeler maken. Wij willen ernaartoe dat mensen niet alleen op kennis worden geselecteerd, maar ook op vaardigheden, zodat je binnen de arbeidsmarkt makkelijker van de ene naar de andere bedrijfstak kunt op basis van je vaardigheden.”

Wat is de rol van de gemeente daarin?

Knape: “Dat is een goede vraag. Soms hebben bedrijfsleven en onderwijs een verbindende partij nodig. Daar kun je juist als gemeente een goede rol spelen. Wij helpen partijen bijelkaar brengen, hebben onze eigen inbreng op wensen en gaan er daarna weer tussenuit.” Mostert: “Mooi voorbeeld daarvan vind ik de Unmanned Valley. Spannend allemaal met drones en ‘remote sensor’-technologie. Een kilometer verderop zitten bedrijven die heel knap zijn in logistiek: zorgen dat bloemen zo snel mogelijk verplaatst worden. Bloemen is daghandel, zodat iedereen door de korte termijn geregeerd wordt. Maar voor de langere termijn kunnen zij veel hebben aan de knappe koppen van Unmanned Valley. Wij brengen mensen dan in contact. Ook daarin zijn wij dienaar van de samenleving.”

Knape: “Voor de bouwprojecten op Valkenburg leggen wij contacten tussen bouwers die op een nieuwe manier circulair kunnen bouwen. Die contacten komen niet vanzelf tot stand, dat heeft soms een zetje nodig.”

Het derde punt: het investeren. Jullie investeren duidelijk tijd en plezier, wat investeer je nog meer?

Mostert: “ In infrastructuur, maar ook in de ontwikkelingen van Unmanned Valley. Daar steken gemeente, provincie en Europa geld in. In totaal zo’n € 7 miljoen. Dat gaat naar gebouwen en velden om te testen.”

Knape: “Dat zijn heel tastbare voorbeelden. Maar wij investeren ook in regionale samenwerking, met Economie071. En de gemeente investeert in de gemeenschap in het algemeen, in de voorzieningen van de gemeente. Dat is goed voor het vestigingsklimaat.

Zo hebben wij voor de detailhandel een nieuw plan opgesteld, waarin een aantal centra is aangewezen, waarvan wij toekomstbestendigheid belangrijk vinden. Daarin investeren wij dan weer samen met winkeliers en bewoners.

Wij hebben geïnvesteerd in het Kustwerk, wat voor parkeren en bereikbaarheid erg belangrijk was en voor de algemene leefbaarheid van het dorp.”

Mostert: “Dat krijgen wij terug, hoor. Iedereen begint erover. Ondernemers – ook degenen die het aanvankelijk kritisch bekeken – zijn er enthousiast over.”

Knape: “In onze omgevingsvisie voor de toekomst proberen wij goed aan te geven hóe wij onze doelstellingen willen uitvoeren. Kustwerk was een mooi voorbeeld, omdat het voor alle betrokkenen goed was. Een nieuw voorbeeld dat eraan zit te komen is de Pioniersbaan (De verbinding tussen N206 en A44 ten noorden van bedrijvenpark ’t Heen. Red.). Deze weg zou ’t Heen beter ontsluiten, nog een extra ontsluiting van de Bollenstreek opleveren en verkeer door Katwijk verminderen. Dat zijn allemaal voordelen waar wij de komende jaren stappen in willen zetten. Wij weten ook wel: die weg ligt er niet over drie jaar, maar wij moeten nú beginnen om het probleem van morgen alvast aan te pakken.”

Hoe houden jullie alle bordjes in de lucht? Enerzijds dit soort grote lange termijnvisies, anderzijds ‘het winkelcentrum om de hoek’?

Knape: “Vergeet niet dat wij niet alles zelf doen, hoor. Als college kijken wij naar vele thema’s, maar dat is niet uitsluitend ónze agenda, dat is de agenda van alle betrokkenen in de gemeente. Daarin werken wij dus met vele partijen samen.”

Wat heeft de gemeente nodig van ondernemers en het bedrijfsleven?

Mostert: “Als wij op bezoek gaan vragen wij altijd wat wij voor de ondernemer kunnen doen. Het valt mij op dat er dan niet altijd direct een antwoord komt. Die redden zichzelf wel.”

Knape: “In de crisistijd wél, toen hebben wij met ondernemers een economische agenda opgesteld, omdat daar echt reden voor was. Dat is voorbij en dan zie je dat ondernemers de overheid niet zo nodig hebben en heel veel dingen zelf oplossen. Maar ook in goede tijden willen wij het gesprek met ondernemers graag blijven voeren. Want dan liggen er kansen. Ondernemers willen vooral graag inbreng hebben en met ons meedenken over de zaken die op ons af komen. Daar werken zij graag aan mee. Dus wat hebben nodig? Dat wij in gesprek blijven.”

Krijg je ondernemers dan uit de waan van de dag?

Knape: “Met Economie071 zijn wij nu met een project rond digitale sensortechnologie bezig. Daar willen wij bedrijven bij betrekken, maar je ziet dat ze daar niet uit zichzelf in geïnteresseerd zijn. Als ze eenmaal aangeschoven zijn, dan zie je de belangstelling groeien.”

Nodig je ze hier uit?

Mostert: “We gaan veel liever bij ze op bezoek, dan krijg je een veel beter verhaal.”

Kunnen ondernemers jullie bezoek inboeken?

Knape: “Zeker, daar hebben wij ruim tijd voor in onze agenda’s. En wij hebben goede contacten met de ondernemersvereniging, daar zitten wij ook al een paar keer per jaar mee om tafel.”

Wat staat er de komende tijd in de agenda?

Knape: “Wij starten nu met het gezamenlijk opstellen van een economische agenda. Ondernemers investeren via het Ondernemersfonds zelf in het proces daarvan. Die hebben ons het inhuren van een extern bureau daarvoor afgeraden, omdat ze zelf wel weten wat er voor de komende tijd belangrijk wordt. Dat vonden wij een mooi aanbod. Wat er in die Economische agenda komt te staan moet nog blijken. Want de gesprekken moeten nog beginnen. Voor het gemeentebestuur zijn de zeven doelstellingen van de omgevingsvisie, waarvan florerende economie er één is, het uitgangspunt. De agenda moet een uitvoeringsagenda worden, waarin komt te staan wat wij deze periode nog willen bereiken. En bij het onderwerp Toerisme moeten wij ook de bewoners betrekken bij dat gesprek.”

Mostert: “In de agenda komt dus te staan wát wij gaan doen.”

Welke wensen signaleren jullie nu al bij ondernemers?

Knape: “Bedrijfsleven wil heel graag dat er geïnvesteerd wordt in zichtbaar maken van techniek in het onderwijs. Zowel op basisschool als vmbo en mbo. En zij willen graag ook een mbo terug in Katwijk zelf. Er zijn gesprekken met mbo rijnland om hier weer een vestiging te krijgen.”

Mostert: “Wij hebben nog een vestiging van het Wellant college en Voorhout heeft de KTS, maar een eigen mbo hier is op zijn plaats. Vergeet niet dat wij naar 70.000/80.000 inwoners aan het groeien zijn.”

Hoe vindt een ondernemer de weg naar ‘de gemeente’?

Knape: “Wij hebben vier medewerkers die direct betrokken zijn bij onze ondersteuning, dat is de afdeling Economie. Wij merken dat ondernemers graag een vast aanspreekpunt hebben.”

Mostert: “Maar het hoeft geen medewerker economie te zijn die een ondernemer helder antwoord geeft op zijn vragen. Het kan zomaar een vraag over een specifiek onderwerp zijn en dan komt hij bij de direct betrokken ambtenaar terecht. Dus er zijn veel meer betrokken collega’s. Een ondernemer die zijn maatschappelijke rol wil uitbreiden door het in dienst nemen van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, bijvoorbeeld, wordt door onze afdeling Samenleving heel goed geholpen met de procedures.”

Hebben jullie zelf nog wensen?

Mostert: “De mijne is om werkplekken te zoeken voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Dat mes zou voor ons aan vele kanten snijden: dan geven wij bewoners een betekenisvolle plek in de maatschappij, wij hoeven geen huisvesting te zoeken voor mensen van buiten en wij besparen uitkeringen uit de gemeente. Dat is een maatschappelijk vraagstuk waar ondernemers mooi aan bijdragen. Voor mij geldt: hoe meer, hoe beter.”

Knape: “Wij moeten goed kijken naar álle sectoren van het bedrijfsleven. 

In Katwijk is bijvoorbeeld Visserij van oudsher belangrijk en  daarin vinden nog steeds velen werk. Wij hebben er de laatste tijd veel zorgen om gehad. Vanwege het pulsverbod, de Brexit, windmolens op zee. Dat geven wij aandacht. Met alle gemeenten die met visserij te maken hebben overleggen wij enkele keren per jaar. Ook met de vissersbond. Waar mogelijk – in Den Haag of Europa – laten wij goed horen wat wij voor de visserij belangrijk vinden en steken wij vissers een hart onder de riem.”

Is het leuk werk, wethouder zijn, met deze portefeuille? En lukt het?

Mostert: “Ik vind het prachtig en elke dag gaat het weer een beetje beter.”

Knape: “Je wilt natuurlijk altijd sneller, het is een uitdaging om daar goed mee om te gaan. Bel ons maar!”

Randvoorwaarden

Mostert: “Dat doen wij. Bijvoorbeeld door de investering in de extra afslag voor Flora Holland aan de A44. Daar hebben wij aan meebetaald, omdat vrachtwagens sneller van en naar de veilig kunnen, én omdat daarmee het verkeer door Rijnsburg verminderd is.

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: