“De beitel, de zaag en de hamer verdwijnen niet”


Deel dit artikel

In de bouw is prefab werken de standaard. Maar ambachtelijk werk wordt daarmee niet overbodig, laten de interieurbouwers van BEMA in Nieuw-Vennep dagelijks zien. Een interview met eigenaar Reuben Lange over zijn vak, het vinden van geschikt personeel en innovatie.  

In hoeverre is het vak van interieurbouwer een ambacht?
“Tussen het bouwen van woningen en bedrijven en interieurbouw zit echt verschil. Er is veel vraag naar fijn timmerwerk en het maken van balies, kastenwanden en speciaal meubilair. Dat is maatwerk en ander werk dan seriematig en prefab bouwen. Wij bouwen als het ware op een postzegel en moeten zorgen dat ons deel van het werk precies op tijd wordt gedaan. Het eerste deel van het werk doen we in onze eigen werkplaats hier in Nieuw-Vennep, daarna maken we het af op locatie. We doen het hele traject zelf inclusief het plaatsen en het administratieve verhaal rondom bijvoorbeeld certificeringen. Zo nemen we al het werk van onze klanten uit handen en zorgen we dat de keten goed gesloten blijft.” 

Wat betekent jullie manier van werken voor je mensen?
“De manier waarop wij werken vraagt wel wat. Het begint met kwaliteit. Daar doen we geen concessies aan. We hanteren een absolute ondergrens. De medewerkers moeten niet alleen vakkennis en materialenkennis hebben, maar ook weten waar in een gebouw onze meubelen komen en hoe deze in het geheel functioneren. En ze moeten alles kunnen: van het lezen en maken van een tekening tot zagen, timmeren en plaatsen. Je bent van het begin tot het eind verantwoordelijk voor het proces. Het gaat erom dat je probleemoplossend vermogen hebt en meedenkt. Als een stopcontact verplaatst moet worden, dan regel je dit bij de juiste partij. De klant moet tevreden zijn; daar gaat het om. We scholen onze mensen doorlopend, bijvoorbeeld als we nieuwe machines aanschaffen of als we met nieuwe materialen gaan werken. Ook het halen van certificaten vraagt om scholing. Uiteindelijk zijn je mensen je belangrijkste gereedschap.”

Is het lastig om aan geschikt personeel te komen?
“Er is weinig aanwas, ook als het gaat om stagiairs, zeker in deze tijden van corona. De mensen die bij ons binnenkomen, leiden we zelf op, want de praktijk is de beste leerschool. We zijn een erkend leerbedrijf. Vroeger kwamen mensen met een goed gevulde gereedschapskist naar hun werkgever, maar dat is niet meer. Dat wordt ze niet meer geleerd tijdens hun opleiding. Maar wel zie je al snel of iemand potentie heeft. Medewerkers die bij ons binnenkomen, hebben vaak een romantisch beeld van het vak, maar je moet ook kunnen omgaan met teleurstellingen, je moet doorzettingsvermogen hebben en flexibel zijn. Het begint met veel oefenen met de machines en in jezelf investeren. Het duurt wel vijf tot tien jaar voordat iemand geheel zelfstandig kan werken. Gelukkig zijn de meesten bij ons tussen de dertig en veertig jaar, dus we hebben nog geen last van een vergrijzend personeelsbestand.”

Hoe houd je de mensen die bij je werken, binnenboord?
“Door ze goed te begeleiden en door te blijven investeren in innovatieve hulpmiddelen waarmee we de fysieke belasting verminderen. In het kader van certificeringen voor veilig werken, overleggen we hierover. Zo laten we zwaar tilwerk bijvoorbeeld doen door verhuizers, die daarin gespecialiseerd zijn. Verder is het zo dat de automatisering ervoor zorgt dat het werk gemakkelijker wordt. Een voorbeeld is 3D-printen. Vijf jaar geleden was dat er nog niet, inmiddels rolt er al een boot uit de printer. Die richting gaat het uit in ons vak, al blijven vakmensen nodig voor de afwerking. De beitel, de handzaag en de hamer verdwijnen niet. Dat is de basis.”

Hoe ben je zelf in dit vak terechtgekomen?
“Ik ben al vanaf mijn zestiende werkzaam in dit vak. Na een meubelmakersopleiding op de MTS in Rotterdam, waar ik ook mijn middenstandsdiploma heb gehaald omdat ik toen al van plan was om een eigen zaak te beginnen, ben ik via diverse zijwegen bij BEMA terechtgekomen. Ik had een romantisch idee van mooie meubels maken. Zo ben ik in de interieurbouw terechtgekomen. Ik heb onder andere in de scheepsbouw gezeten. Ook was ik chef in een fabriek voor industriële meubelen, maar dat was te veel recht-toe-recht-aan-werk. Vervolgens had ik een fantastische tijd bij een bouwbedrijf met een eigen onderdeel voor interieurbouw, waar onder meer winkelinterieurs en luxe keukens werden gemaakt. Daar kon ik mijn creativiteit kwijt en meubelen beter en functioneler maken. In 2005 kwam BEMA Interieurbouw op mijn pad. Dat bedrijf kon ik overnemen.”

Wat was BEMA voor bedrijf toen je het overnam?
“Er was een fantastisch machinepark, maar er was vers bloed nodig. Er werd gewerkt voor slechts enkele grote klanten zoals Ahrend en Carpetland, maar niet voor kantoren en particulieren. Vergelijk het maar met een bedrijf dat jaren alleen in appels handelde. Het kan helpen om ook in sinaasappels te gaan doen. We zijn daarom het klantenbestand gaan verbreden, onder andere met aannemers, architecten en andere partijen in de bouw. We bedienen nu een uiteenlopende klantengroep, variërend van particulieren tot multinationals op de Amsterdamse Zuidas.”  

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: