Klimaatadaptief bouwen en energietransitie

Ons klimaat verandert en dat zorgt met name de laatste jaren voor vele extremen. Daarom moeten we actie ondernemen om ervoor zorgen dat de energiestransitie sneller gaat. Daarom moeten we voortaan klimaatadaptief bouwen. Wat betekent dit nu allemaal voor de praktijk en welke kansen en uitdagingen levert het veranderende klimaat ons op? Rijnstreek Business zocht er een aantal uit.

Hoe voorkomen we dat het elektriciteitsnet ontploft?

Het versnellen van de energiestransitie. Als steeds meer mensen en bedrijven hun gas verruilen voor stroom, gaat dat vast lukken! Maar kan ons energienet dat eigenlijk wel aan? Wat als iedereen nu van de een op andere dag zou overstappen op elektriciteit? Welke gevolgen en consequenties heeft dat voor ons elektriciteitsnet?

Omdat verbranding van fossiele brandstoffen zorgt voor aarde opwarmende CO2 uitstoot móéten we overstappen op duurzame energiebronnen. Maar wat nu als iedereen van de een op andere dag besluit over te stappen op groene stroom? Wat gebeurt er met het elektriciteitsnet als ineens iedereen elektrisch gaat rijden, gebruiken, opwekken en laden tegelijk? Kan het elektriciteitsnet door al die drukte ontploffen?

Ontploffing elektriciteitsnet? Eerder opstopping

Het ontploffen van het elektriciteitsnet zal met het huidige gebruik nog niet zo snel gebeuren. Maar er kan dan wel congestie ofwel opstopping in het elektriciteitsnetwerk ontstaan. Het is dan zo druk qua vraag of qua aanbod dat er een soort van filevorming ontstaat. Leveranciers kunnen de vraag naar en het aanbod van energie in zo’n geval niet goed op elkaar afstemmen. Dit afstemmen van vraag en aanbod heet ook wel het net balanceren. 

Net balanceren door af- en op te schakelen 

En dat net balanceren ging vroeger met grijze stroom net even wat makkelijker dan met zonne- of windenergie. Waar we gascentrales met een druk op de knop kunnen op- of afschakelen wanneer we willen, is dat met groene stroom niet zo makkelijk. Schijnt de zon volop, maar is er weinig vraag? Dan zou het net overbelast kunnen raken. Op dit moment gebeurt het balanceren van het net door het aanbod te sturen op basis van weersvoorspellingen. Als er te veel energie op het net dreigt te komen, dan schakelen zij gascentrales af om filevorming te voorkomen.

Iedereen elektrisch = iedereen tegelijk laden

Je kunt je dus wel voorstellen wat er gebeurt als iedereen besluit morgen op elektriciteit over te gaan. Geweldig mooi natuurlijk, maar die stroom moet dan wel afgenomen worden en bij voorkeur allemaal rond dezelfde tijd. Allemaal gebruiken en opwekken op het zelfde moment? Dat zou ons huidige elektriciteitsnet gewoon niet aankunnen. Het huidige elektriciteitsnet zucht en kraakt nu al regelmatig door die onbalans. En dat zal met de toegenomen klimaatzorg en daarmee hogere vraag naar duurzame energiebronnen straks alleen maar toenemen.  

Nu al nadenken over uitdagingen van morgen

Als we op deze manier blijven doorgaan zonder nu al over die uitdagingen na te denken, is dat niet houdbaar. Het net moet ook structureel aangepakt worden om de toegenomen vraag en het aanbod te kunnen blijven balanceren. De oplossing zou verzwaren en uitbreiden kunnen zijn. Maar ook op andere manier leren omgaan met en verslimmen van ons elektriciteitsnet is een optie. Zo zou de accu van elektrische auto’s zomaar de lokale opgeslagen energiebron of opwekker van de toekomst kunnen zijn.

De energietransitie: hoe zat het ook alweer?

Omdat verbranding van fossiele brandstoffen zorgt voor veel CO2 uitstoot moéten we overstappen op duurzame energiebronnen. En wel voor 2050, want dat is het ijkpunt waarbij we zonder schadelijke uitstootgassen door het leven zouden moeten. Dat betekent in de eerste plaats dat we van het ‘gas’ af moeten. Iets wat de vele installateurs, bewoners en gebouweigenaren nu al voor de nodige hoofdbrekens zorgt. Want een huis of gebouw met traditionele gasverwarmingsleidingen verbouw je nu eenmaal niet zo makkelijk. Maar ook zakelijk worden de eisen steeds strenger. Zo moeten Nederlandse ondernemers voor 2030 de helft minder CO2 uitstoten ten opzichte van 1990. In 2050 moet dit dan nog verder zijn gedaald tot 95% minder dan voorheen. In het klimaatakkoord staan de maatregelen die sectoren de komende 10 jaar nemen om de doelen voor CO2 -reductie te halen.

En dan zijn er nog de CO2 -certificaten, door de Europese Commissie bedacht om duurzaamheid en klimaatneutraal ondernemen te stimuleren bij grote bedrijven. Elk Europees bedrijf dat meer dan 25 ton CO2  uitstoot moet verplicht meedoen aan de handel in deze emissierechten. Heeft het bedrijf meer emissierechten dan het uitstoot, dan kan het de rechten aan anderen verkopen. Ieder jaar daalt het plafond dat is vastgesteld met de bedoeling om uiteindelijk op 0% uit te komen.   

Wanneer is groene stroom nu echt groen?

Daken komen steeds voller te liggen met zonnepanelen, we zien steeds meer windmolens verschijnen en biomassa rukt op. Op deze manier werken we allemaal mee aan het versnellen van de energietransitie, de overgang van stroom uit fossiele brandstoffen zoals gas, kernenergie en steenkolen naar volledig groene energie. Maar hoe weet je nu eigenlijk of en wanneer jouw groene stroom ook echt groen is?

Om stroom op te wekken, zijn er tal van manieren. Zo kennen we allemaal de traditionele verbranding van fossiele brandstoffen waarbij CO2 uitstoot vrijkomt. Omdat dit milieuvervuilend is, noemen we dit grijze stroom. Als je zonnepanelen of windenergie gebruikt voor de opwekking van energie, dan krijg je ook stroom. Dit noemen we groene stroom omdat het schone energie is. Maar het heeft geen ander uiterlijk of andere werking dan grijze stroom. Welke stroom er uit jouw stopcontact of laadpaal komt er is dus niet vanaf de buitenkant aan af te zien.

Landelijk energienet? Grote pot met knikkers

Stroom is nu eenmaal stroom. Alle energie komt namelijk van het landelijke energienet, dat een mix is van groen en grijs. Helaas kun je groen en grijs niet zoals afval scheiden van elkaar. Stroom zoekt de kortste weg en gaat dus sneller naar plekken dichtbij de bron van energieopwekking. Vergelijk het maar met een rij knikkers. Als je een heleboel knikkers in een trechter gooit, dan weet je niet welke er als eerste uitkomt. Je kunt er wel een groene knikker indoen, maar dat zegt niet dat er ook een groene uitkomt.

Letterlijk groene stroom, maar voor grijs betalen

Zo is het heel waarschijnlijk dat jouw bedrijf aan de kust met een windmolenpark vlakbij die letterlijke stroom van het park krijgt, terwijl je misschien helemaal niet voor groene stroom betaalt. Je kunt dus letterlijk groene stroom krijgen, maar voor grijze stroom betalen. Andersom kan overigens ook. Je kunt een groen contract hebben en toch deels grijze stroom uit je stopcontract krijgen. Hoe werkt dat dan? Hoe weet je of jouw stroom daadwerkelijk groen is? Dat heeft met de Garantie van oorsprong (GVO) te maken. Nu hebben we met elkaar afgesproken dat als we stroom opwekken vanuit een duurzame bron, dat de energieproducent daar een Garantie van Oorsprong (GVO) voor krijgt. Leveranciers kopen deze GVO’s als zij groene energie willen gaan leveren en betalen daar dus iets voor. En dat is natuurlijk fijn. Want dan kan bijvoorbeeld de producent die geïnvesteerd heeft in dat windmolenpark zijn investering terugverdienen en nog meer windmolens plaatsen. Energieleveranciers die GVO’s in Nederland kopen, stimuleren dus de producenten in Nederland om meer groene energie op te wekken. 

Met sjoemelstroom geen bijdrage aan energietransitie 

Maar daar gaat het in sommige gevallen nog wel eens mis. Zo heb je misschien wel eens gehoord van sjoemelstroom. In Noorwegen laten ze bijvoorbeeld vanuit veel hooggelegen meren water naar beneden lopen door een turbine waarmee ze energie opwekken. Dat doen ze als de vraag laag is. Maar om dat water weer naar boven te kunnen pompen, gebruiken ze nog fossiele brandstof. Op zich weinig mis mee, omdat ze hiermee slim en effectief hun fossiele stroom kunnen laten werken. Maar helemaal duurzaam is het niet natuurlijk. 

Met certificaten Noorse sjoemelstroom toch groen?

Probleem is echter dat veel stroom in Noorwegen op deze manier gemaakt wordt en er volop certificaten zijn die op grote schaal gedumpt worden. Wat gebeurt er vervolgens? Energieleveranciers in Nederland die de goedkoopste willen zijn met hun groene stroom kopen deze certificaten. Hiermee voldoen ze aan alle regeltjes van groene stroom, maar helpen niet mee aan de Nederlandse of Europese energietransitie. Wat zij doen, is als het ware ‘greenwashen’.       

Meer groene stroom in totale energiemix

Dus neem jij energie af bij een energieleverancier met Nederlandse GVO’s, dan stimuleer je dus heel direct de energietransitie in Nederland en zorgen we ervoor dat de totale energiemix steeds groener wordt. Zo gooien we met elkaar steeds meer groene knikkers in de pot, waardoor het aantal groene knikkers dat uit het stopcontact komt ook automatisch meer wordt. 

Circulair ondernemen? Circulair West!

Maar er gebeurt meer in onze regio. Zo sloegen AW Groep, Meerlanden, Ouwehand Bouw, de Beelen groep, HOEK en Timpaan in 2020 de handen ineens om hun circulaire ambities te versnellen. Ze besloten de stichting Circulair West op te richten en Leon van Ast aan te stellen als aanjager en kwartiermaker. In korte tijd is de stichting uitgegroeid tot een spraakmakende inspiratie- en netwerkorganisatie met 35 deelnemers.


Van Ast verduidelijkt: “Wij helpen bedrijven om hun producten, diensten en businessmodellen te (her)ontwerpen op basis van circulaire uitgangspunten. Reststromen moeten volledig en hoogwaardig worden hergebruikt in regionale kringlopen. Samenwerking tussen ondernemers uit diverse sectoren is daarvoor noodzakelijk. Daarom werken deelnemers uit diverse sectoren onderling samen aan concrete icoonprojecten, zoals aan de blauwdruk ‘duurzame woonwijk’. Hierin staan innovatieve ontwikkelingen centraal, zoals toepassing van een wijkbatterij voor het opslaan van lokaal opgewerkte energie, demontabele en herbruikbare bouwmaterialen en het (her)gebruik van (circulair) beton. Bij dit laatste project verwerkt AW Groep met Bollenbeton vrijkomend sloopbeton weer tot nieuw beton. 

We verwachten aan het einde van dit jaar met de blauwdruk naar buiten te treden.”

Meer informatie: www.circulairwest.nl

Stroomuitval? Teveel stroom opgewekt? De auto in!

Een stroomuitval? Die kennen we in Nederland zelden, maar in andere landen weten ze er alles van. En wat doe je in dat geval? Hoe mooi zou het zijn als we op die momenten onze elektrische auto zouden kunnen terug laten leveren. Net zoals we diezelfde auto kunnen gebruiken om het teveel aan eigen opgewekte energie tijdelijk in op te slaan. Toekomstmuziek? 

Stroomuitval komt bij ons bijna niet voor. Maar wat gaat er gebeuren als het huidige energienet straks nog meer belast wordt? Dan zou het toch verdraaid handig zijn als jij bij stroomuitval je elektrische auto gewoon aan je laadpaal kunt zetten om stroom aan jezelf terug te leveren. Helaas is dat in Nederland nu nog niet mogelijk. Maar in San Francisco wel. Daar zitten ze vaak zonder stroom, maar hebben ze ‘Vehicle-to-Grid’ (V2G) laadpalen die energie terug kunnen leveren. Zo lukte het iemand om zijn koelkast tijdens de urenlange stroomuitval met zijn Nissan Leaf aan te houden. Alleen kennen we deze bilaterale laadpalen in Nederland nog niet. 

Eerder geladen energie opnieuw gebruiken

V2G wil zeggen dat de energie in de batterij van een elektrische auto teruggeleverd kan worden aan het elektriciteitsnet. Hiermee kan je bijvoorbeeld een huishouden of kantoor voorzien van stroom, maximaal gebruik maken van groene energie en het net ontlasten. De energie die de auto eerder heeft geladen, gebruik je later dus weer opnieuw. Dus zodra de V2G oplaadpalen er zijn in Nederland? Dan kun je gaan terugleveren bij stroomuitval, elektrisch barbecueën in het park of een zakelijke presentatie in een afgelegen bos van stroom voorzien. 

Geen aggregaat maar accu voor evenmenten

Maar de accu van een elektrische auto kan op meerdere manieren een belangrijke bijdrage leveren aan het versnellen van de klimaattransitie. Wat te denken bijvoorbeeld van piekbelasting in de eigen opgewekte energie? Dan is toch het veel slimmer om deze energie tijdelijk op te slaan in de accu van je auto en pas op het moment dat het weer rustig is terug te leveren? En wat te denken van het verduurzamen van evenementen door ze niet meer op een aggregaat maar de accu van je elektrische auto te laten draaien? De mogelijkheden zijn legio!

Klimaatadaptief bouwen? Weerbaar tegen klimaatverandering!

Daarnaast is het ook belangrijk goed voorbereid te zijn op hevige weersveranderingen. Je zou er toch niet aan willen denken dat je net gebouwde huisje door een enorme vloedgolf weggespoeld wordt. Dus is de bouwsector druk met klimaatadaptief bouwen. Dat betekent  dat nieuwbouwlocaties zoveel mogelijk zo gebouwd worden dat ze bestand zijn tegen weersextremen als gevolg van klimaatverandering

Deze ambitie is vastgelegd in het Convenant Klimaatadaptief Bouwen. Dit is ondertekend door onder meer bouwbedrijven, gemeenten, de provincie, waterschappen, maatschappelijke organisaties, financiers en projectontwikkelaars in Zuid-Holland. Eén van de koplopers die hieraan meedoet, is Van der Hulst Bouw. Zo bouwt de duurzame bouwer tegenwoordig woningen met ondergrondse waterputten, regenwatersystemen voor een betere watervoorziening, meer groen in de wijk en het lokaal opslaan van opgewekte energie in de accu’s van buurtauto’s.
Ook Dura Vermeer bereidt zich als deelnemer van het convenant voor op de toekomst. Zo is het stedenbouwkundig plan van enkele van haar nieuwbouwlocaties inmiddels zo ontworpen dat het regenwater zoveel mogelijk infiltreert in de bodem of bovengronds wordt afgevoerd via goten, watergangen en raingardens. De voortuinen van de woningen zijn klimaatadaptief ingericht met veel beplanting en waterdoorlatende bestrating. Licht gekleurd metselwerk moet op zijn beurt hittestress verminderen. Om de natuurlijke flora en fauna te stimuleren zijn er in de gevels nestvoorziening opgenomen.

Geef een reactie